Koninklijk besluit betreffende de juridische opleiding

30 MAART 2018. – Koninklijk besluit betreffende de juridische opleiding zoals bedoeld in artikel 25 van de wet van 10 april 2014 en in artikel 991octies, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
Gelet op artikel 991octies, eerste lid, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek ingevoegd door de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken en gewijzigd bij de wet van 19 april 2017 tot wijziging van het Wetboek van Strafvordering, het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register van beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken;
Gelet op artikel 25, 2° van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken;
Gelet op het advies nr. 62.701/2 van 10 januari 2018 van de Raad van State, gegeven op, met toepassing van artikel 84, § 1, eerste lid, 2°, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;
Op de voordracht van de minister van Justitie,
Hebben Wij besloten en besluiten Wij :
HOOFDSTUK 1. – Algemene bepalingen
Artikel 1. Dit besluit bepaalt de voorwaarden waaraan de opleiding juridische kennis voor een beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk of voor een gerechtsdeskundige moet voldoen om de opname mogelijk te maken in het nationaal register voor gerechtsdeskundigen opgericht in artikel 991quinquies van het Gerechtelijk Wetboek of in het nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken opgericht in artikel 22 van de wet van 10 april 2014 tot wijziging van verschillende bepalingen met het oog op de oprichting van een nationaal register voor gerechtsdeskundigen en tot oprichting van een nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken (hierna “de wet van 10 april 2014” genoemd).
Art. 2. De opleiding “juridische kennis” moet beantwoorden aan de volgende voorwaarden :
1° de modules omvatten zoals vastgesteld in artikel 4 voor wat betreft de beëdigd vertalers/tolken en zoals vastgesteld in artikel 5 voor de gerechtsdeskundigen;
2° verzorgd worden door lesgevers die beantwoorden aan de voorwaarden van artikel 9, § 1 voor de beëdigd vertalers/tolken en van artikel 9, § 2 voor de gerechtsdeskundigen;
3° afgesloten worden met een evaluatietest zoals omschreven in artikel 8.
Art. 3. Het getuigschrift vereist overeenkomstig artikel art 25, 2°, van de wet van 10 april 2014 voor de inschrijving in het nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken en overeenkomstig artikel 991octies, 2°, van het Gerechtelijk Wetboek, kan slechts afgeleverd worden door de organisator van de opleiding.
Het getuigschrift wordt afgeleverd aan de deelnemer die deelnam aan de opleiding overeenkomstig de artikelen 6 en 7 en die slaagde in de evaluatietest voorzien in artikel 8.
HOOFDSTUK 2. – Programma van de opleiding.
Art. 4. De opleiding juridische kennis voor de vertalers/tolken moet minstens de volgende modules omvatten waarvan de minimale duur in lesuren wordt aangeduid :
1. Algemeen overzicht van het Belgische rechtssysteem, gerechtelijke organisatie, bronnen van het recht, justitiële actoren (4 uren);
2. Strafprocesrecht, burgerlijk procesrecht, noties van het strafrecht en burgerlijk recht, gerechtskosten en tarifering (6 uren);
3. Juridische terminologie (6 uren);
4. Rol van de vertaler, tolk en vertaler-tolk in een gerechtelijke procedure en toepassing van de verschillende technieken van vertaling en vertolking in strafrechtelijke en burgerrechtelijke procedures, werking van het nationaal register voor beëdigd vertalers, tolken en vertalers-tolken (6 uren);
5. Deontologie, rechten en plichten; tolkhouding (4 uren).
Art. 5. De opleiding juridische kennis voor gerechtsdeskundigen moet minstens de volgende modules omvatten waarvan de minimale duur in lesuren wordt aangeduid :
1. Rechterlijke organisatie, algemene principes van burgerlijk procesrecht, algemene principes van het bewijsrecht en de bewijsmiddelen in burgerlijke zaken (6 uren);
2. Algemene principes van strafprocesrecht, algemene principes van bewijsrecht in strafzaken en vooronderzoek in strafzaken. (6 uren);
3. Minnelijk en gerechtelijk deskundigenonderzoek, arbitrage en bemiddeling. Het nationaal register voor gerechtsdeskundigen. (4 uren);
4. Aanstelling van de deskundige, verloop van het onderzoek en het verslag in burgerlijke zaken, tussenkomst van de rechter, erelonen en kosten in burgerlijke zaken (10 uren);
5. Aanstelling van de gerechtsdeskundige, verloop van het onderzoek en verslag in strafzaken, wettelijke vergoeding en tarifering van prestaties in strafzaken (6 uren);
6. Aansprakelijkheid, verzekering en deontologie van de gerechtsdeskundige (4 uren).
HOOFDSTUK 3. – Aanwezigheid bij de opleiding
Art. 6. Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 7, moeten de deelnemers minimaal 80% van de lesuren volgen.
Art. 7. § 1. De organisator van de opleiding kan een vrijstelling van het volgen van de opleiding die wordt beschreven in de modules 1 en/of 2 en 3 bedoeld in artikel 4 voor de beëdigd vertalers/tolken en in artikel 5 voor de gerechtsdeskundigen, verlenen aan elkeen die het bewijs levert van zijn juridische kennis door middel van het bezit van een diploma waarvan kan worden aangetoond dat de inhoud gelijkwaardig is of door middel van een bewijs van het hebben gevolgd van een gelijkwaardige opleiding. Deze vrijstelling geldt enkel het volgen van de opleiding. Zij moeten wel de evaluatietest afleggen.
§ 2. De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar kan gehele of gedeeltelijk vrijstelling verlenen aan de houders van een diploma, afgeleverd door een erkende onderwijsinstelling voor een opleiding waarvan het programma bepaalde of alle modules bevat.
De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar kan het advies inwinnen van de aanvaardingscommissie ingesteld bij artikel 20 van de wet van 10 april 2014 alvorens zijn beslissing te nemen of ingesteld bij artikel 991ter van het Gerechtelijk wetboek.
HOOFDSTUK 4. – Evaluatie van de juridische kennis
Art. 8. Uitgezonderd de vrijstelling van artikel 7, § 2, dient de kandidaat gerechtsdeskundige of de kandidaat beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk zijn juridische kennis te bewijzen door te slagen in een evaluatie over alle modules van het programma, zoals vastgesteld in artikel 4 voor wat betreft de beëdigd vertalers/tolken en in artikel 5 voor de gerechtsdeskundigen, met inbegrip van de modules waarvoor een vrijstelling tot het volgen van de opleiding was verleend.
De verantwoordelijke van de opleiding moet een test organiseren aan het einde van de opleiding.
Deze test staat open voor de personen die de opleiding gevolgd hebben, alsook voor de personen die een gehele of gedeeltelijke vrijstelling hebben bekomen.
HOOFDSTUK 5. – Lesgevers
Art. 9. § 1. De organisatoren van de opleiding moeten zich ervan verzekeren dat de lessen van de modules bepaald in artikel 4, worden gegeven door lesgevers met de nodige kennis en competenties.
§ 2. De lessen van de module 1 en 2 bepaald in artikel 5, worden verplicht gegeven door juristen.
De andere modules dienen verzorgd te worden door lesgevers die minstens over een diploma hoger onderwijs beschikken en een grondige kennis op het gebied gerechtelijke deskundigenonderzoek hebben. De deskundigen die geen diploma hoger onderwijs bezitten, kunnen optreden als lesgevers als zij een nuttige ervaring hebben van minimaal tien jaar aaneensluitend als gerechtsdeskundige in hun specialiteit.
HOOFDSTUK 6. – Evaluatie van de opleiding
Art. 10. § 1. De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar gaat na of de opleiding beantwoordt aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 2. Hij of de gemachtigd ambtenaar kan hieromtrent advies aan de aanvaardingscommissie voorzien in artikel 20 van de wet van 10 april 2014 of voorzien in artikel 991ter van het Gerechtelijk Wetboek, vragen.
§ 2. Met het oog op deze evaluatie maakt de verantwoordelijke voor de opleiding aan de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar de bewijsstukken over waaruit blijkt dat de opleiding voldoet aan de voorwaarden, bepaald in artikel 2 en meer bepaald :
-Het volledige programma met indeling van de modules en met aanduiding van het aantal uren per module;
-De documentatie voor de deelnemers zoals handboeken, cursussen of syllabi;
– De lijst van de lesgevers met hun cv;
-Een model van de af te leggen test.
De Minister of zijn gemachtigde kan alle andere nuttige informatie opvragen bij de organisator van de opleiding;
§ 3. De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar levert aan de organisator van de opleiding een attest af waaruit blijkt dat de opleiding in zijn geheel of voor bepaalde modules voldoet aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 2.
Indien de evaluatie negatief is, informeert de minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar de verzoeker van de tekortkomingen die werden vastgesteld ten aanzien van artikel 2.
§ 4. Uitgezonderd substantiële wijzigingen aan het programma van de opleiding of aan de kwaliteit van de docenten, geldt het attest voor een periode van vijf jaar. Na deze periode moet de organisator van de opleiding een aanvraag tot hernieuwing van het attest indienen.
De organisator van de opleiding informeert de minister of zijn gemachtigde van elke wijziging die hij aanbrengt aan het programma van de lessen of aan de lijst van de docenten.
HOOFDSTUK 7. – Overgangsbepalingen
Art. 11. De instellingen die reeds voor de inwerkingtreding van dit besluit opleidingen organiseerden, kunnen een aparte aanvraag tot beoordeling indienen voor de voorgaande opleidingen. Enkel de opleidingen georganiseerd na 1 september 2010 zullen in aanmerking worden genomen, voor wat betreft de gerechtsdeskundigen. Indien de instelling die de opleiding heeft georganiseerd, niet meer bestaat, kan de kandidaat gerechtsdeskundige of beëdigd vertaler, tolk of vertaler-tolk zelf een aanvraag tot beoordeling indienen.
De aanvrager maakt aan de minister van Justitie of aan de door hem gemachtigde ambtenaar een gedetailleerde beschrijving van de opleiding.
De minister van Justitie of de door hem gemachtigde ambtenaar bevestigt in voorkomend geval dat de opleiding of bepaalde modules ervan voldoen aan de voorwaarden vastgesteld in artikel 2. In dat geval zijn de kandidaten vrijgesteld van het volgen van de opleiding of delen van de opleiding.
HOOFDSTUK 8. – Slotbepalingen.
Art. 12. De minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 30 maart 2018.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister Van Justitie,
K. GEENS

begin

Publicatie : 2018-04-27
Numac : 2018030809