NIEUWE DEONTOLOGISCHE CODE VOOR ARTSEN

CODE VAN MEDISCHE

DEONTOLOGIE

opgesteld door de

NATIONALE RAAD

VAN DE ORDE DER ARTSEN

Dit document is aangemaakt op

23/06/2018

de Jamblinne de Meuxplein 34-35 – 1030 Brussel

Tel. 02/743.04.00 – Fax 02/735.35.63

e-mail : info@ordomedic.be

www.ordomedic.be

p. 2

Orde der artsen

Code van medische deontologie

INHOUD

Hoofdstuk Art.

Hoofdstuk 0 Algemene bepalingen 1-2

Hoofdstuk 1 Professionaliteit 3-14

Hoofdstuk 2 Respect 15-29

Hoofdstuk 3 Integriteit 30-38

Hoofdstuk 4 Verantwoordelijkheid 39-45

HOOFDSTUK 0

Algemene bepalingen

Art. 1 De medische deontologie omvat de basisbeginselen en gedragsregels die iedere arts in het belang van het individu en de

maatschappij eerbiedigt en als leidraad neemt bij de uitoefening van zijn beroep.

Art. 2 De arts voldoet aan de wettelijke voorwaarden vereist voor de uitoefening van de geneeskunde.De arts zorgt voor de fysieke en mentale gezondheid van de mens en voor de volksgezondheid.

Dit document is aangemaakt op 23/06/2018

Orde der artsen

Code van medische deontologie

HOOFDSTUK 1

Professionaliteit

Art. 3 De arts heeft voor een kwaliteitsvolle uitoefening van zijn beroep de vereiste kennis en deskundigheid en de gepaste attitude.

Art. 4 De arts onderhoudt tijdens zijn professionele loopbaan zijn wetenschappelijke kennis en schoolt die permanent bij.

De arts handelt overeenkomstig de huidige stand van dewetenschappelijke kennis. Hij draagt bij tot de vooruitgang ervan en

deelt zijn kennis met zijn collega’s en anderegezondheidszorgbeoefenaars.

Art. 5 De arts heeft aandacht voor gezondheidspreventie, -bescherming en-promotie.

Art. 6 De arts is zich bewust van de grenzen van zijn kennis en zijn mogelijkheden.

De arts vraagt, in het belang van de patiënt, het advies van collega’s en andere gezondheidszorgbeoefenaars. Zo nodig stelt hij

de patiënt voor hem te verwijzen naar een andere gekwalificeerde gezondheidszorgbeoefenaar.

De arts aanvaardt slechts de patiënten die hij, volgens de huidige stand van de wetenschap, gewetensvol, zorgvuldig en respectvol kan verzorgen.

Art. 7 De arts waakt, binnen de grenzen van zijn functie in de gezondheidszorg, over zijn professionele onafhankelijkheid. Hij

draagt, in het belang van zijn patiënten en de maatschappij,daarvoor zijn verantwoordelijkheid.

Art. 8 De arts organiseert zijn praktijk zodanig dat hij zijn beroep kwalitatief hoogstaand en veilig uitoefent, de continuïteit van de zorg verzekert en de waardigheid en de intimiteit van de patiënt eerbiedigt.

Art. 9 De arts zorgt voor het welzijn en de veiligheid van de patiënt.

De arts handelt adequaat en transparant bij incidenten. Hij bespreekt deze collegiaal met de betrokkengezondheidszorgbeoefenaars om zo de kwaliteit en de veiligheid in de gezondheidszorg te verbeteren. De arts communiceert daarover objectief met de patiënt. De arts verzekert afdoend zijn beroepsaansprakelijkheid.

Art. 10 De arts heeft aandacht en zorg voor zijn eigen gezondheid.

De arts streeft naar een evenwicht tussen zijn beroepsactiviteiten en zijn privéleven.

Art. 11 De arts stelt zich collegiaal op. Hij respecteert de specifieke deskundigheid van zijn collega’s en van andere

gezondheidszorgbeoefenaars. De arts communiceert gepast bij multidisciplinair overleg.De arts streeft in geval van problemen of geschillen met collega’s of andere gezondheidszorgbeoefenaars naar een consensusoplossing.

Art. 12 De arts kan voor zijn beroepsuitoefening samenwerkingsovereenkomsten afsluiten.

De arts vermijdt elke vorm van collusie. De arts is steeds persoonlijk verantwoordelijk voor zijn medisch

handelen. De arts zorgt ervoor dat zijn beroepsuitoefening en de organisatie van de professionele samenwerking stroken met de bepalingen van de medische deontologie. Hij legt die afspraken schriftelijk vast.

Art. 13 De arts verzekert de continuïteit van de zorg.

De arts vervangt, in de mate van het mogelijke, een verhinderde collega, in het bijzonder in zijn dienst of zorginstelling. De

vervangende arts heeft in principe dezelfde deskundigheid als de arts die hij vervangt.

De vervangende arts draagt bij aan een kwaliteitsvol patiëntendossier door na de vervanging aan deze collega alle

nuttige inlichtingen over zijn tussenkomst over te dragen.

De arts neemt volgens zijn deskundigheid deel aan de medische permanentie of aan de wachtdienst, onverminderd een eventuele vrijstelling door de bevoegde overheid.

Art. 14 De arts die de geneeskunde niet meer mag uitoefenen, neemt maatregelen om de continuïteit van de zorg te verzekeren. Hij brengt de Orde hiervan schriftelijk op de hoogte.

De arts deelt de collega’s waarmee hij samenwerkt, alle disciplinaire, burgerrechtelijke, strafrechtelijke of administratieve

beslissingen mee die een weerslag kunnen hebben op hun professionele relatie.

HOOFDSTUK 2

Respect

Art. 15 De arts respecteert de vrije artsenkeuze van de patiënt, ook in groepsverband.

De arts licht de patiënt in wanneer de vrije artsenkeuze beperkt is, in het bijzonder tijdens de wachtdienst en in geval van urgentie.

Art. 16 De arts gaat empathisch, attent en respectvol om met elke patiënt.

Art. 17 De arts eerbiedigt de menselijke waardigheid en de autonomie vande patiënt.

Art. 18 De arts betrekt de minderjarige en de wilsonbekwame patiënt overeenkomstig hun begripsvermogen bij de zorgverstrekking.

Art. 19 De arts communiceert duidelijk en correct met de patiënt. Hij houdt daarbij rekening met zijn capaciteiten en zijn draagkracht, in het bijzonder bij de mededeling van slecht nieuws.De arts respecteert, behoudens wettelijke uitzonderingen, de beslissing van een patiënt niet te worden ingelicht over een diagnose of prognose.

Art. 20 De arts zorgt ervoor dat de patiënt of desgevallend zijn vertegenwoordigers geïnformeerd, vooraf en vrij kunnen toestemmen in elke medische tussenkomst.De arts informeert de patiënt die een onderzoek of behandeling

weigert, over de mogelijke gevolgen van zijn beslissing. Hij zoekt met de patiënt naar andere oplossingen.

De arts verstrekt de patiënt die niet in staat is om zijn toestemming te geven, de gepaste en gewetensvolle zorg die zijn toestand

vereist.

Art. 21 De arts wijst de patiënt op de gevolgen van onjuist geneesmiddelengebruik en van misbruik van substanties die tot

afhankelijkheid kunnen leiden. De arts licht de risico’s van automedicatie en overconsumptie van geneesmiddelen toe.

De arts handelt bij ernstige middelenafhankelijkheid in multidisciplinair verband.

Art. 22 De arts houdt voor elke patiënt een patiëntendossier bij, waarvan de samenstelling en de bewaring beantwoorden aan de wettelijke en deontologische vereisten.

De arts beheert, met respect voor het beroepsgeheim, het patiëntendossier als werkinstrument, communicatiemiddel,

kwaliteitsreferentiepunt en bewijselement.

Art. 23 De arts eerbiedigt de strikte vertrouwelijkheid van het patiëntendossier en verleent de patiënt inzage in zijn

gezondheidsgegevens.

Art. 24 De arts bewaart de patiëntendossiers veilig en met inachtneming van het beroepsgeheim gedurende dertig jaar na het laatste contact met de patiënt. Daarna mag hij die patiëntendossiers vernietigen.

De arts die zijn praktijk stopzet, bezorgt de arts die de patiënt aanwijst, of de patiënt alle nuttige inlichtingen voor de continuïteit van de zorg.

Art. 25 De arts respecteert het medisch geheim. Dit omvat hetgeen de patiënt hem toevertrouwt en wat hijzelf ziet, hoort, verneemt, aststelt, ontdekt of opvangt bij de uitoefening van zijn beroep.

Deze verplichting blijft bestaan na het overlijden van de patiënt.

De arts zorgt ervoor dat zijn medewerkers de confidentialiteit respecteren.

Art. 26 De arts bezorgt de patiënt de medische documenten die hij nodig heeft

De arts stelt deze documenten waarheidsgetrouw, objectief,voorzichtig en discreet op, met aandacht voor het vertrouwen dat

de maatschappij in hem stelt. Hij vermeldt daarbij geen gegevens over derden.

De arts bezorgt op vraag van de patiënt de documenten aan de arts die de patiënt aanwijst.

Art. 27 De arts eerbiedigt de finaliteit en de proportionaliteit bij de verwerking van gezondheidsgegevens.

De arts bezorgt op verzoek of met toestemming van de patiënt aan een andere gezondheidszorgbeoefenaar relevante informatie en gegevens.

Art. 28 De arts die in rechte getuigt, kan enkel in het belang van zijn patiënt een zwijgrecht inroepen.

Art. 29 De arts die mishandeling, misbruik, uitbuiting, belaging of verwaarlozing van een kwetsbare persoon vermoedt, doet

onmiddellijk het nodige om deze persoon te beschermen.

De arts bespreekt het probleem met de betrokkene, dit in de mate van zijn mogelijkheden. Hij spoort hem aan zelf initiatieven te nemen. Indien de betrokkene hierin toestemt, consulteert de arts een ter zake deskundig gezondheidszorgbeoefenaar of doet beroep op een multidisciplinair centrum. De arts informeert de naasten van de betrokkene alleen in zijn belang en met zijn toestemming. De arts die vermoedt dat een kwetsbaar persoon in een ernstig en dreigend gevaar verkeert of dat er aanwijzingen zijn van een gewichtig en reëel gevaar dat andere kwetsbare personen het slachtoffer worden van mishandeling of verwaarlozing, kan op grond van zijn wettelijke hulpverleningsplicht, de procureur des Konings inlichten wanneer hijzelf of met hulp van anderen de fysieke of psychische integriteit van die personen niet kan beschermen.

HOOFDSTUK 3

Integriteit

Art. 30 De arts handelt in zijn medische activiteit ethisch en met respect voor de patiënt, derden en de maatschappij.

De arts handelt niet tegen de menselijkheid.

De arts verzorgt alle patiënten even gewetensvol en zonder discriminatie.

Art. 31 De arts mag de kwaliteit van de zorg voor de patiënt niet laten afhangen van zijn persoonlijke overtuiging.

Art. 32 De arts die oordeelt dat hij een therapeutische relatie niet kan verderzetten of geen tussenkomst of behandeling kan verlenen, verwittigt de patiënt tijdig en organiseert de zorgcontinuïteit.

Art. 33 De arts bepaalt zijn ereloon correct en op basis van de werkelijk geleverde prestaties.

De arts informeert de patiënt vooraf duidelijk over de bepaling van zijn ereloon.

Art. 34 De arts stelt de belangen van de patiënt en van de maatschappij boven zijn eigen financiële belangen.

De arts verkoopt of produceert geen geneesmiddelen, behoudens eventuele wettelijke uitzonderingen. Hij verkoopt, verhuurt noch promoot medische hulpmiddelen of gezondheidsproducten.

Art. 35 De arts heeft wegens niet-betaling van erelonen of kosten geen retentierecht op de gezondheidsgegevens of op het

patiëntendossier.

Art. 36 De arts communiceert spontaan en transparant over de belangenconflicten die zijn onafhankelijkheid in het gedrang kunnen brengen.

Art. 37 De arts mag zijn medische activiteit kenbaar maken aan het publiek.

De informatie, onder welke vorm ook, is waarheidsgetrouw,objectief, relevant, verifieerbaar, discreet en duidelijk. Zij is niet

misleidend en zet niet aan tot overbodige medische prestaties.

De arts verzet zich tegen publiciteit die derden over zijn medische activiteit verstrekken en die de bepalingen van het vorige lid niet respecteert.

Art. 38 De arts die in het openbaar communiceert, doet dit objectief en met inachtneming van de deontologische regels.

De arts die samen met een patiënt publieke informatie verstrekt, zorgt ervoor dat de patiënt goed is geïnformeerd en vrij heeft

toegestemd. Hij waakt over de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en de waardigheid van de patiënt.

HOOFDSTUK 4

Verantwoordelijkheid

Art. 39 De arts verstrekt de vereiste zorg aan wie in nood verkeert. Hij neemt de nodige veiligheidsmaatregelen in acht voor zichzelf en anderen.

Art. 40 De arts gebruikt de toegangsplatformen voor medische gegevens ter beschikking gesteld of gevalideerd door de publieke overheid.

Art. 41 De arts gebruikt verantwoord de middelen van de maatschappij.Hij doet geen onnodig dure of overbodige onderzoeken, behandelingen of verstrekkingen, zelfs niet op vraag van de patiënt.

Art. 42 De behandelende arts licht de arts van de verzekeringsinstelling adequaat en conform de wettelijke vereisten in over degezondheidstoestand van de patiënt die een sociaal voordeel aanvraagt. De arts van de verzekeringsinstelling houdt rekening met alle informatie die hij krijgt en waartoe hij toegang heeft.

Art. 43 De arts met een deskundige, adviserende of controlerende opdracht voert deze uit volgens de wettelijke regels, de deontologische principes, met respect voor de betrokkene en met inachtneming van de beperkingen eigen aan zijn opdracht en functie. Deze opdrachten zijn onverenigbaar met die van behandelend arts.De behandelende arts kan zijn patiënt in deze procedures bijstaan als persoonlijke raadgever. De arts deelt de betrokkene vooraf de hoedanigheid mee waarin hij optreedt.

Art. 44 De arts-gerechtsdeskundige vervult zijn opdracht binnen de grenzen van zijn vak- en beroepsbekwaamheid en in volle onafhankelijkheid, onpartijdigheid en objectiviteit. Hij houdt zich strikt aan de hem toevertrouwde opdracht.De behandelende arts geeft de patiënt ter attentie van de arts gerechtsdeskundige enkel die informatie die deze nodig heeft voorzijn opdracht.

Art. 45 De arts beschermt bij experimenten op mensen, boven alle ander overwegingen, de belangen van de deelnemers, in het bijzonder deze van kwetsbare proefpersonen. De arts-onderzoeker vraagt de expliciete, schriftelijke, vrije en geïnformeerde toestemming van de deelnemer of van zijn vertegenwoordiger. Hij respecteert op elk ogenblik de intrekking van die toestemming.De arts-onderzoeker bewaart zijn onafhankelijkheid tegenover de opdrachtgever.